Sept 2018 (gastles verhaal) doe die klote deur open!!

Ik ben Job 19 jaar en heb een lichtverstandelijke beperking, ADHD en ze zeggen dat ik een persoonlijkheidsstoornis heb (Narcisme). Ik kom uit een gezin met vader (narcist) moeder (beperkt en depressief) en een zusje die 4 jaar jonger is dan ik ben. Ik ga jullie mijn verhaal vertellen vanuit drie fasen uit mijn leven van kind naar puber tot nu.

1 Ongewenst:

Vraag me niet hoe maar ik ben levend ter wereld gebracht uit een lichaam van drank en medicijnen waarbij misschien ook zuurstoftekort in de hersenen er toe hebben geleid dat mijn leven KUT is begonnen. Ik heb niet alleen een klote start gemaakt met een ontwikkelingsachterstand! NEE! deze beperking was nog maar het topje van de ijsberg. Zover ik mij kan herinneren “en het liefst verdring ik al mijn gedachten uit mijn jeugd jaren” dan weet ik eigenlijk niet wat liefde en geborgenheid is, mijn leven zit meer vol angst en haat. Mijn vader regeerde onwetend met de harde hand en mijn moeder was mede door de alcohol en al die tering zooi aan medicatie niet in staat weerbaar te ze zijn. Al snel werd ik dan ook “het probleem kind” die onhandelbaar was en niet het gewenste gedrag vertoonde dat verwacht werd. Ik was te druk, luisterde niet en deed alles wat een ADHD’er zo fout kan doen. Alleen die KLOOTZAK van mijn vader wist heel goed hoe hij met met ongewenst gedrag om moest gaan, dit liet hij mij dan ook graag vaak voelen. God wat haatte ik die man.

Al vroeg in mijn jeugd kwamen er KUT hulpverleners over de vloer die met alle niet goede bedoelingen sturing wilden geven aan mij “als het grote probleem”. Mijn vader was te dominant en mijn moeder wist het allemaal niet meer zo goed en volgde angstvallig haar partner. Hier is mijn argwaan en haat naar hulpverlening ook ontstaan. Al vroeg in mijn nu al verwaarloosde jeugd werd ik geplaatst in weekend gezinnen en time out instellingen, hier werd ik ook niet gezien of begrepen.  Daarom maakte ik veer ruzie of vernielde iets om aandacht te krijgen, dit bleek wel goed te helpen. Op een gegeven moment werkte dit gedrag zo goed dat begeleiders mij fysiek moesten gaan aanpakken, dit gaf mij eigenlijk best een heel fijn gevoel. Ik was daarna rustig en durfde mensen toe te laten en kon mijn verhaal doen. Al snel was dit mooie moment voorbij en kwamen de consequenties van mijn gedrag. De hulpverleners die ik begon te vertrouwen brachten me terug naar huis “de slachtbank” waar natuurlijk de teleurstelling enorm was!!. Dit waren voor mij de meest vreselijke ritjes die ik me kan herinneren.

Verwarring:

Eigenlijk lieve mensen was/ of ben ik in de basis een heel gevoelig kind dat hunkerde naar erkenning en liefde. In mijn tiener jaren heb ik een fantasiewereld gecreëerd waarin mijn diepgewortelde afschuw voor autoriteit plaats maakte voor controle en veiligheid. In mijn eigen wereld ben ik de autoriteit met mijn eigen leefregels en gedragsorders. Ergens heb ik besloten dat niemand boven mij staat. En als iemand dat wel probeert, dan reken ik hier meestal verbaal mee af als dat niet lukt dan wordt ik gewoon fysiek gewelddadig, dit was voor mij ook heel normaal. Thuis liep het compleet uit de hand waarbij ik het gevecht ben aangegaan met mijn vader, dit ter bescherming van mijn kleine zusje. Ik hou heel veel van mijn zusje maar het lukte mij gewoon niet om deze superheld status vol te houden om haar te blijven beschermen uit de klauwen van de duivel. Mijn fantasie wordt als maar meer realiteit en de realiteit beleef ik het liefst in mijn eigen fantasie.

Een hele zwart witte kijk op de wereld maar dit was ook mijn wereld zonder kleur of laat staan een tintje grijs.

Uiteindelijk wordt ik op mijn 16e dan ook uit huis geplaatst en kom vervolgens terecht in een jeugdinstelling, dit gebeurt er als je in de basis goed wil doen maar uiteindelijk kind van de rekening bent. Het verwarrende voor mij is wel dat niemand de aard van het probleem erkend en ziet. Nu was ik geplaatst op een half gesloten inrichting en die vieze klootzak van mijn vader kan lekker zijn gang gaan. ook niet zo heel gek dat ik zelfmoord neigingen had en tevens de fantasie om mijn vader met 50 messteken om het leven te brengen, dat laatste heb ik heel lang gekoesterd.

Binnen de instellingen en woongroepen zat was ik veelal in conflict en verbaal kon ik mensen overbluffen met een bepaalde grofheid, vuiligheid en agressie. De beste momenten waren toch wel de totale escalaties waarbij de begeleiding mij soms met 4 personen moesten separeren. Het gaf mij een kick en bracht me constant weer tot een bepaalde innerlijke rust. Zwart was mijn innerlijke gevoel en de momenten dat ik niet in een separeer hok zat dwaalde ik rond op stations of was te vinden in parken met lotgenoten, dit binnen een EMO cultuur.

Binnen deze subcultuur kon ik weer de superheld uithangen voor mensen die depressief waren en het niet meer wisten. Ik had een luisterend oor en dit vooral voor meisjes die ik leuk vond. We konden dan wel uren tot dagen APPen en soms moest ik in de nacht naar ze toe zodat ze zichzelf niets aan zouden doen. Maar de problemen werden alleen maar groter en de depressies zwaarder door een cultuur van negativiteit. Na 1,5 jaar was ik hier wel klaar me want naast dat ik lief bezit ik ook wel wat mensenkennis. Ondertussen woonde ik op een kleinschalige woongroep waar het personeel ook niet wist wat ze met mij aan moesten. Een paar bekende begeleiders daar kon ik wel mee opschieten, maar zodra het vaste personeel uit zicht was en er een flex medewerker binnen kwam ging het vaak mis. Op een bewuste herfst dag 2016 voelde ik me compleet waardeloos en was boos op alles en iedereen. Hoe rustiger de groep werd des ter drukker ik werd en ben met dingen gaan gooien. Alles verliep volgens verwachting. Ik werd gesepareerd door 4 mannen waarna ik rustig werd en een time out kreeg. Op de een of andere manier duurde deze time out korter en voelde ik daarbij dat een begeleider nog hoog in irritatie zat, dit zag ik haarfijn en gaf me zo een minderwaardig gevoel op dat moment. Ik gebruik mijn kwaliteit van woorden en raken al snel met hem in een woordenwisseling. In een opwelling werd ik zwart voor de ogen en ben ik wild om me heen gaan slaan. Op een moment kom ik bij en merk dat ik stevig tegen de grond wordt gedrukt. Zodra ik mijn ogen open zie een vaste begeleider met zijn beide knieën op de grond terneergeslagen zitten en paniekerig zijn rechter hand op een hevig bloedend oog gedrukt houd. Achteraf bleek dat ik zijn rechter oogkas had gebroken en later bleek dat zijn zicht nooit meer hetzelfde zal zijn. Ik heb hier wel spijt van maar heb dit nog nooit benoemd, dit zal ik ook nooit doen.

Een stap vooruit

Dan kom je op een punt in je leven dat niemand je eigenlijk wil hebben of de moeite doet om je nog een kans te geven. Ik verhuis van crisis naar crisis locatie en iedereen schrikt van mijn dossier en mijn verbale verder ontwikkelde kwaliteiten van vieze woorden en vloeken. Mijn ouders zijn inmiddels gelukkig uit elkaar en zo nu en dan zie ik mijn moeder in de weekenden. Ze heeft een nieuwe partner waar ik wel goed mee kan opschieten. Mijn zusje zit nog steeds in de greep van mijn vader en in mijn hoofd beraam ik plannen om hem neer te steken. Al mijn gedachten die gooi ik nu trouwens ook constant uit in de groep of tijdens gesprekken met mijn PBer, dit geeft me macht en het schrikt mensen af. Uiteindelijk wordt ik tegen alle verwachtingen in met open armen ontvangen op een woonlocatie in Vinkhuizen. Ik bedenk nog bij mezelf; hebben deze mensen mijn dossier niet ingezien of zijn ze zelf ook niet helemaal goed?;. Wat ik me besef is dat dit wel een van mijn laatste kans is om iets van mijn leven te maken, dus ik besluit mijn best te doen.

Al snel verval ik in oud gedrag waarin ik verbaal de groep overschreeuw met mijn vuile praat, en laat wel wat mensen schrikken, dit vooral al die mongooltjes die hier wonen. Het frustrerende is dat de begeleiders mij geen aandacht geven. Maar zodra ik een niveau hoger ga wordt mij doodleuk gevraagd of ik ook samen wil gaan wandellen buiten, dit is niet wat ik gewend ben en stem ook stomverbaasd toe op dit vreemde aanzoek. Ook tijdens de wandeling ben ik druk en ren de bosjes in en doe net alsof ik in het leger zit (dit vind ik spannend) en later spuw ik mijn gal ongeremd en ongenuanceerd. Maar de begeleider doet niets en stelt me rare vragen als; Wat vind je zo mooi aan het leger? En hoe is je relatie met zus of moeder? Ik geef hem maar halve antwoorden en hij vraagt door nu over de zwarte satanische trui die ik draag met daarop een bebloede Jezus. Ik vertel hem met bebloede overdrijving dat de wereld slecht is en ik er ben voor de mensen in nood. Ik moet mensen vermoorden die hun kinderen misbruiken, want niemand anders doet dit. Deze woorden schrikken hem niet af en hij geeft mij zijn visie op het leven en hoopt dat ik wel overwogen beslissingen maak. Ik begin toch te twijfelen over de mentale toestand van de begeleiding hier.

Ik heb het moeilijk de eerste maanden en na een slechte dag op het werk wil ik direct bij binnenkomst mijn gal spuwen bij de begeleiders. Maar hun kantoordeur is dicht en bij aankloppen wordt er niet adequaat gereageerd. Ik zie twee begeleiders bij het doorkijk raampje stom staan toekijken. Ik dreig ze met geweld als de deur niet open gaat. De begeleiders weigeren de deur open te doen waarop ik met mijn vuist op het raam sla en nogmaals mijn verzoek indien, dit zonder resultaat. Mijn stoppen slaan door en ik probeer met geweld de deur te forceren, dit doe ik met karate trappen en vuistslagen. Op het laatst trap ik een andere raam in en gooi een grote bloempot tegen de deur waarna ik het strijdtoneel in chaos verlaat. 5min later staat er politie buiten en in blinde paniek pak ik een mes en zet deze op mijn eigen keel. De politie weet mij snel te overmeesteren en daarna is de spanning van me af, dit mede doordat ik de politie ook geweldig autoritair vindt. In mijn rust wordt ik weer angstig en denk aan die ritjes terug naar de slachtbank.

Tot mijn verbazing stuurden ze me niet weg, maar ik kreeg wel een stevige preek van de leidinggevende. Ook de begeleiders die mij zagen flippen kwamen bij mij langs en vertelden hun reden en vonden mijn reactie wat overdreven. Ik bleef er natuurlijk bij dat hun gewoon die deur moesten openen en liet vooral geen berouw zien. Al met al heb ik in die twee jaar tijd maar 2 keer mezelf in agressie laten gaan en altijd gericht op dingen nooit op de begeleiding die in zowaar begon te vertrouwen. Naast de nabijheid en niet oordelende houding heb ik het laatste halfjaar EMDR en drama therapie gevolgd, dit om vooral te dealen met mijn vader. Ook heb ik zelf een weg gezocht naar mensen van de Stadskerk, daar kreeg in na een warme handreiking ook een bijbel mee naar huis. Dit alles heeft er voor gezorgd dat ik rustiger werd en leerde dat ik niet hoefde te vechten voor aandacht. Door alle duisternis zie ik nu licht branden aan de eind van de tunnel. De grootste overwinnen op mezelf is wel de verzoening met mijn vader, dit om ook vooral dicht bij mijn zusje te kunnen zijn. Daarnaast heb ik nu 8mnd verkering en ben net verhuist naar een nieuwe stad dicht bij haar.

Dit is een stap vooruit

Zelf heb ik dit verhaal natuurlijk nooit zo kunnen beschrijven. Mijn aandacht voor de dingen is kort en als ik hier had gesproken dan was het misschien wel uit de hand gelopen. Gelukkig was er een begeleider zo maf om dit voor mij te doen.

Echte liefde

Dagboek notes 11-3
Agape betekent Gods liefde. Een liefde dat alle liefde te boven gaat. Het is niet uit te leggen laat staan te bevatten. Toch ga ik een poging wagen om Zijn liefde te beschrijven. Voor mij is Gods liefde zichtbaar door geduld, daar waar ik ongeduldig ben. Hij is de rust, daar waar ik me onrustig voel. Hij breekt de muur om mijn hart weg, daar waar ik al dagen aan het bouwen ben geweest. Hij leert mij de wereld te zien zoals hij is. Hij laat me lezen wat ik op dat moment nodig heb. Hij brengt mensen op mijn pad waarmee ik samen kan wandelen. Hij laat me dwars door alle ruis horen wat echte liefde is. Als ik dwaal dan is Hij er om me weer op zijn pad te brengen. Als ik twijfel dan zegt God stop en kom bij mij. Hij laat me grote dingen zien in dromen die ik nu nog niet kan bevatten. Hij laat me geloven in het onzichtbare ook al wil ik alles graag weten. Zijn woord is in alles en iedereen hoorbaar, dit maakt het luisteren ook zo bijzonder. Hij geeft me kracht als ik het niet meer weet. Het is zijn licht dat ik zie als de wereld mij verblind. Het is Zijn zoons leiden wat mij inspireerd. Dwars door alles heen weet hij mij te bereiken. Als ik val dan geeft hij mij zijn hand en tilt me op. God zal altijd meer zijn dan me nu te binnen schiet.

De strijd van 1995



1. Verbeelding 

Ik bekijk mezelf schuchter in de spiegel en probeer wat moed bij elkaar te verzamelen voor de avond die komen gaat. De spiegel waar ik voor sta bestaat uit 6 losse spiegeltjes van 10 bij 10cm die met lijm
aan de houten wand zijn bevestigd. Onder de spiegels hangt een sleutelhanger die ik eens op school heb gemaakt en nu volhangt met sleutels van gesloten deuren.

Mijn broer luistert boven zo te horen naar muziek van Doe Maar (totdat de bom valt) en mijn moeder is links van mij in de keuken aan het opruimen. De geluiden uit de woonkamer zijn van de televisie en het lijkt erop dat mijn vader naar schansspringen kijkt. Het huis heeft een doordringende geur van sigaretten rook en de laatste tijd rook ik zelf ook. Het voelt ontspannen in huis maar de spanning in mijn lijf symboliseert tevens de onderliggende lasten die dit gezin doormaken. Voor de buitenwereld zijn wij een gezellig en open gezin. Ja enigszins klopt dat ook, want de achterdeur staat altijd open, maar binnen deze kamers heerst onder alle verbeelding veel angst
en onzekerheid.

Mijn diepblauwe ogen worden geaccentueerd door de blouse die ik onlangs gekocht heb in exact dezelfde kleur blijkbaar als mijn ogen. Vluchtig zie ik mijn gezicht dat gevlekt is van de sproeten, hier maak ik zelf soms de grap over dat ik onder een zonnebank met gaas heb gelegen. Met gele haargel breng ik mijn goud blonde slagen in een veilig model en doe wat old spice aftershave van mijn vader op. Zodra mijn blik weer richting die blauwe verradelijke ogen komen verstijft mijn lichaam. 


Onzeker vraag ik mezelf af of ik beter niet iets minder opvallends zal moeten dragen, maar mijn kast bevat veelal kleding van mijn broer dat net te groot is of niet lekker zit. 

Ik kam opnieuw mijn haren en blijf mezelf maar ontwijken, want diep van binnen weet ik dat mijn ogen de eerlijkheid laten zien. 


Ik heb werkelijk geen idee wie ik ben en
waar ik sta. Ik heb geen benul wat ik aan het doen ben en voor wie ik het eigenlijk doe. Ik voel me zo anders dan iedereen om me heen en ik moet zo hard werken om maar niet raar gevonden te worden, dit put me uit! Ik wil net zo zijn als mijn vrienden, maar dit lukt mij niet. Eigenlijk snap ik helemaal niets van de wereld om me heen. Het lijkt wel alsof ik gevangen zit in mijn eigen hoofd, dit is niet wat ik wil en probeer daar elke dag weer vat op te krijgen. Waarom ben ik toch zo onzeker?
Waarom kan ik niet gewoon zijn? Ik wil gewoon mezelf zijn! 


Ik besluit het blauwe shirt aan te houden en trek mijn donkere sportschoenen aan
die als slagschepen onder mijn dunne bevende benen gebonden zitten. Ergens kan ik het allemaal goed bedenken en deze voorspanning is ook wel weer fijn. Straks bij mijn vrienden zit het huis vol en er is veel lawaai, hopelijk dat de alcohol mij wat rust geeft in alle chaos.